Een deel van de CO2 uitstoot in Europa wordt veroorzaakt door transport van goederen en mensen. Europa heeft de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Met deze ambitie dient de ook de mobiliteitssector te verduurzamen. Dit wordt onder andere gedaan door de inzet van hernieuwbare energie voor vervoer. De richtlijnen hiervoor zijn op Europees niveau vastgelegd in de RED (Renewable Energy Directive).

Wat is de Renewable Energy Directive (RED)?

De RED is een Europese richtlijn voor het gebruik van hernieuwbare energie. Het doel van deze wet is om CO2 uitstoot te verminderen, minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen en de energietransitie te versnellen. De wet is in 2009 geïntroduceerd en in 2018 aangescherpt. In 2023 is de RED III gepresenteerd. In deze nieuwe wetgeving is de verplichting voor het gebruik van hernieuwbare energie verhoogd. Er is vastgelegd dat er in 2030, 14,5% broeikasgasreductie moet zijn, of 29% van de energie gebruikt in transport hernieuwbaar moet zijn.

Van Hernieuwbare Brandstofeenheden naar Emissiereductie Eenheden

De Renewable Energy Directive is een Europese wet die in elke lidstaat op een eigen manier wordt geïmplementeerd. In Nederland is er in eerste instantie gekozen voor een systematiek op basis van Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s). Deze HBE’s zijn in 2015 geïntroduceerd in de wet milieubeheer met als doelstelling om het gebruik van biobrandstoffen zoals bio-CNG, HVO en bio-LNG te bevorderen. Vanaf 2017 is elektriciteit als biobrandstof toegevoegd en in 2022 is daar ook waterstof bijgekomen.

Met de introductie van de RED III voldeed de HBE systematiek niet meer en is er door de Nederlandse Emissieautoriteit een project gestart om een transitie te maken van HBE’s naar een nieuwe systematiek gebaseerd op emissiereductie eenheden. Bij deze emissiereductie eenheden wordt nite meer gekeken naar de hoeveelheid hernieuwbare energie zoals dit bij HBE’s het geval was. Er wordt nu gestuurd op daadwerkelijke CO2 reductie waarbij 1 ton CO2 reductie gelijkstaat aan 1 ERE.

Voor wie is dit relevant

De overgang naar de nieuwe systematiek heeft impact op meerdere partijen:

  • Olie & gas bedrijven – elke liter benzine / diesel die wordt verkocht zullen zij moeten afdekken met daarvoor geschikte ERE certificaten
  • Producenten van biobrandstoffen – afhankelijk van het type biobrandstof worden zij meer of minder beloond voor hun bijdrage aan de energietransitie
  • Fossiele brandstofrijders – elk jaar stijgt de bio-verplichting waarmee een liter benzine / diesel duurder wordt. Door fossiel te blijven rijden betalen zij de energietransitie
  • EV rijders – door elektrisch te rijden en deze voertuigen te laden dragen zij bij aan de energietransitie waar ze in de ERE systematiek financieel voor beloond worden.

Hoe kan de EV rijder of fleetowner gebruik maken van emissiereductie eenheden?

Om deze vraag goed te beantwoorden wordt er in dit artikel onderscheid gemaakt tussen grootverbruikers (vervoerders & logistiek) en kleingebruikers (MKB en particulieren)

Emissiereductie eenheden voor vervoerders & logistiek

Een aantal vervoerders was al bekend met de HBE regelgeving en maakte hier in sommige gevallen ook al gebruik van. Bij de inzet van een groot aantal elektrische voertuigen was het als individuele vervoerder mogelijk om zelf HBE’s te creëren op basis van de hoeveelheid geleverde stroom. Echter er was een vrij hoge drempelwaarde van ± 200.000 kWh en een eigen audit was noodzakelijk.

In de nieuwe systematiek verdwijnt de drempelwaarde en zal de audit plaatsvinden bij de inboekdienstverlener in plaats van de vervoerder zelf. Dit zorgt voor lagere kosten, minder administratie en hogere opbrengsten. Daarnaast kan elke geladen kWh worden meegeteld, ook als de laadpaal op een andere locatie of bij de medewerker thuis staat.

Emissiereductie eenheden voor MKB en particulieren

In de HBE systematiek waren MKB’ers en particulieren uitgezonderd en konden zij niet deelnemen. Dit is veranderd met de overgang naar ERE’s. Door het verdwijnen van de drempelwaarde kan elke laadpaal (mits deze voldoet aan de eisen) worden gebruikt om ERE’s in te boeken. Deze kan bij een particulier op de oprit hangen, bij een hotel aan de muur of bij een MKB bedrijf voor de deur, elke laadpaal kan worden ingeboekt!

Hoe werken emissiereductie certificaten in de praktijk

Het proces voor emissiereductie eenheden loopt per boekjaar. Aan het einde van elk boekjaar dienen de olie & gasbedrijven voldoende emissiereductie certificaten te hebben aangekocht. Hier komt jaarlijks de vraag naar emissiereductie certificaten vandaan.

Voor aanbieders van emissiereductie certificaten geldt eenzelfde periode. Aan het einde van elk boekjaar moet het aantal geladen kWh zijn ingeboekt en dienen aanvullende bewijzen te zijn aangeleverd.

In het eerste kwartaal van het daaropvolgende jaar hebben aankopers en aanbieders nog de tijd om eventuele certificaten te kopen / verkopen om zo aan de totale verplichting te voldoen. In maart volgt tot slot de audit waarna eind april het jaar wordt afgesloten