Laad je je elektrische auto thuis op? Dan lever je hernieuwbare energie aan het wegverkeer, en sinds begin 2026 kun je daar geld mee verdienen. Dat geld valt niet uit de lucht, maar komt rechtstreeks uit Europese wetgeving. ERE certificaten, voluit emissiereductie-eenheden (ERE’s), vinden hun basis in de Europese RED III richtlijn (Renewable Energy Directive). De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) houdt toezicht op het systeem en beheert het register waarin alle eenheden staan. Hieronder lees je hoe die wetgeving in elkaar zit, en waarom juist een schone rijder er geld aan overhoudt.

Hoe de Europese RED III richtlijn de basis legt

De RED III is de derde versie van de Renewable Energy Directive, de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie. De EU introduceerde de eerste RED al in 2009 om lidstaten te verplichten meer hernieuwbare energie in vervoer te gebruiken. Elke nieuwe versie scherpte de doelen aan. Het achterliggende doel is om de energietransitie te versnellen en Europa minder afhankelijk te maken van fossiele import. Nederland voert de RED III in vanaf 1 januari 2026, met bindende doelen die tot 2030 jaarlijks oplopen.

De RED III hoort bij het Europese Fit for 55-pakket, waarmee de EU streeft naar minstens 55% minder broeikasgasuitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Voor vervoer stuurt Nederland op een lagere uitstoot in de brandstofketen, met als doel minimaal 14,5% minder broeikasgasuitstoot uit brandstoffen in het vervoer. Een belangrijke uitbreiding is dat de verplichting nu ook de zee- en binnenvaart omvat. Voorheen lag de nadruk vooral op het weg- en spoorvervoer.

De jaarlijkse verplichting voor brandstofleveranciers

De kern van de wetgeving is een verplichting voor brandstofleveranciers. Wie fossiele brandstof levert, moet elk jaar een deel daarvan vervangen door hernieuwbare energie. Deze jaarlijkse verplichting heet sinds 1 januari 2026 de Brandstoftransitieverplichting (BTV). Die volgt de oude Jaarverplichting Energie voor Vervoer op.

De verplichting geldt voor benzine en diesel voor weg- en spoorvervoer en voor landbouwvoertuigen. Sinds 2026 vallen ook de brandstoffen voor de zee- en binnenvaart eronder. Hoe hoog de verplichting per leverancier is, hangt af van hoeveel brandstof het bedrijf levert. Haalt een leverancier zijn verplichting niet, dan volgt een sanctie. Zo ontstaat er vraag naar hernieuwbare energie, en dus naar de eenheden die die energie vertegenwoordigen.

Het ontstaan en de handel in emissiereductie-eenheden

Het systeem draait op een handelsmechanisme rond emissiereductie-eenheden. De NEa rekent één ERE gelijk aan één kilogram minder CO2-uitstoot ten opzichte van fossiele brandstof. Een brandstofleverancier krijgt ERE’s door zelf hernieuwbare energie aan vervoer te leveren, of koopt ze van een andere partij die dat doet. Zo betaalt de vervuiler, terwijl de leverancier van schone energie er geld voor terugkrijgt.

En daar komt jouw laadpaal in beeld. De stroom waarmee je thuis je auto oplaadt, telt mee als hernieuwbare energie voor vervoer. Hoe werkt dit? Als particulier boek je die stroom niet zelf bij de NEa in. Dat loopt via een inboekdienstverlener, een door de NEa erkende partij die de ERE’s namens jou inboekt en verkoopt. De opbrengst daarvan komt bij jou terecht. Met de inboekdienstverlener spreek je vooraf af welke vergoeding je krijgt. Voorwaarde is wel dat je laadpaal de verbruikte stroom nauwkeurig meet met een MID-meter, een geijkte meter die bij particulieren altijd in de laadpaal is ingebouwd.

De rol van de NEa als toezichthouder

De Nederlandse Emissieautoriteit bewaakt de hele systematiek. De NEa beheert het register waarin inboekdienstverleners en bedrijven alle ERE’s inboeken, en controleert of elke brandstofleverancier genoeg eenheden heeft om aan zijn verplichting te voldoen. Zonder dat register en dat toezicht zou een ERE geen betrouwbare waarde hebben.

Voor laadpaaleigenaren telt vooral de rol van de inboekdienstverlener. In de praktijk controleert de NEa de inboekdienstverlener, niet elke laadpaaleigenaar apart. Alleen grootverbruikers mogen nog rechtstreeks bij de NEa inboeken. Iedereen daaronder werkt via een erkende inboekdienstverlener.

Van HBE naar ERE en wat er verandert

Tot en met 31 december 2025 draaide het Nederlandse systeem op HBE’s. HBE staat voluit voor hernieuwbare brandstofeenheid. Eén HBE stond gelijk aan een vaste hoeveelheid geleverde energie, namelijk één gigajoule. Vanaf 1 januari 2026 nemen de emissiereductie-eenheden die rol over. Het grote verschil zit in wat je meet: een HBE keek naar de hoeveelheid geleverde energie, een ERE kijkt naar de hoeveelheid vermeden CO2. Meer over de oude eenheden lees je in de uitleg over HBE-certificaten.

De overstap van HBE naar ERE is geen cosmetische naamswijziging. De ERE-systematiek dekt meer sectoren en maakt het voor het eerst mogelijk dat particulieren en kleine bedrijven met een enkele laadpaal meedoen. Precies die verbreding is de reden waarom je nu aan je thuislaadpaal kunt verdienen.

Aspect

HBE (t/m 2025)

ERE (vanaf 2026)

Meeteenheid

1 gigajoule geleverde energie

1 kilogram minder CO2

Sectoren

vooral weg- en spoorvervoer

ook zee- en binnenvaart

Thuislaadpaal

niet mogelijk

mogelijk via een inboekdienstverlener

 

Wat de ERE wetgeving voor jou als laadpaaleigenaar betekent

Achter een paar letters op een ERE certificaat zit dus een hele Europese richtlijn, een nationale verplichting en een toezichthouder. Voor jou als laadpaaleigenaar telt vooral wat het oplevert: elk thuis geladen kWh levert ERE’s op, en die zijn geld waard. Gemiddeld gaat het om zo’n €500 per jaar per laadpunt, gerekend met een tarief van €0,10 per kWh. Rijd je bijvoorbeeld zo’n 25.000 kilometer per jaar, dan komt de opbrengst doorgaans uit tussen de €321 en €627.

Om die opbrengst op te halen heb je een erkende inboekdienstverlener nodig. ERE-registratie is zo’n door de NEa erkende inboekdienstverlener: wij regelen de administratie, jij ontvangt de uitbetaling. Aanmelden is gratis en werkt op basis van no cure no pay, dus zonder inboeking betaal je niets. Wil je weten wat jouw laadpaal oplevert? Reken het uit met de calculator, of meld je gratis aan.